Home » Over speelkameraadje » Pedagogisch beleidsplan » Waarom de 4 pedagogische basisdoelen

Vier pedagogische basisdoelen

Het geven van een gevoel van emotionele veiligheid

Om een persoon en omgeving vertrouwd te laten worden voor het kind is het belangrijk dat er met regelmaat contact is tussen het gastkind en de gastouder. Het gastouderbureau gaat uit van minimaal vijf opvanguren in de week.

Voordat de opvang start worden tussen ouder en gastouder afspraken gemaakt over het wennen van het kind aan de gastouder, aan het gastoudergezin en aan de nieuwe situatie.

Een kind ervaart emotionele veiligheid wanneer hij weet waar hij aan toe is en wat het kan verwachten. Een herkenbare dagindeling en gewoontes in de verzorging die afgestemd zijn op de verzorging thuis zijn hierin belangrijk. Maar ook terugkerende gewoonten die alleen in het gastgezin gelden zijn van belang en geven duidelijkheid. Daarnaast kunnen ze ook de opvang speciaal maken en daarmee bevorderlijk zijn voor de relatie tussen gastouder en gastkind. Ook eigen spulletjes in het gastgezin (bv. beker) op een eigen plek (bv. aan tafel) kunnen hierbij helpen.

Door als gastouder zoveel mogelijk te vertellen en uit te leggen wat er gaat gebeuren, worden situaties voorspelbaar en overzichtelijk voor het kind.

Het hebben van oog- en of lichaamscontact is belangrijk in de communicatie met het kind. Een kind ervaart dat de gastouder er echt voor hem/haar is met zorgvuldige aandacht.

Het is voor de gastouder belangrijk om op de hoogte zijn van de leefwereld van het kind, omdat de gastouder in het contact met het kind gebruik kan maken van voor hem vertrouwde en herkenbare dingen. In de overdracht met halen en brengen kan de ouder deze informatie geven of de gastouder kan er gericht naar vragen (bij de ouder wanneer het gaat om een jong kind, aan het gastkind zelf wanneer het wat ouder is). En daarom is het fijn om met overdracht schriftjes te werken, vooral met hele jonge kinderen.

Het geven van gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie

Hierbij wordt gedoeld op persoonskenmerken zoals veerkracht, zelfstandigheid en zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit. Dit stelt een kind in staat om allerlei typen problemen adequaat aan te pakken en zich goed aan te passen aan veranderende omstandigheden.

Kinderen vinden het leuk om dingen zelf te doen en iets wat lukt geeft zelfvertrouwen en leidt tot meer initiatieven. Het stimuleren van de zelfstandigheid is dus belangrijk.

Elk kind is uniek. Ook hier weer is het van belang dat de gastouder rekening houdt met stemming, karakter, eigenheid, ontwikkelingsfase van het kind. Doordat het kind zich serieus genomen voelt, kan zijn zelfvertrouwen groeien.

De gastouder biedt een veilige omgeving waarin kinderen hun emoties van plezier, blijdschap, verdriet, jaloezie, angst kunnen uiten. De gastouder benoemt emoties van het kind en/of gedragingen waaruit de emotie af te leiden is of helpen kinderen emoties te benoemen. Door begrip te tonen voor emoties, ervaart een kind dat hij gezien en begrepen wordt. Het geven van een naam aan warrige emoties, kan maken dat ze een volgende keer makkelijker te hanteren zijn of dat je er nog eens over kunt praten.

De gastouder nodigt gastkinderen uit hun eigen inbreng te hebben in welke situatie dan ook. Dit kan door veel te vragen en niet altijd zelf met oplossingen te komen en door kinderen te prikkelen zelf ideeën en oplossingen aan te dragen. Kinderen hebben vanuit zichzelf heel veel leuke ideeën, kunnen goede oplossingen aandragen en creatief zijn. Kinderen groeien wanneer ze hier zelf invloed op hebben en ze leren er veel van, ook wanneer het niet gaat zoals ze zelf bedacht hadden.

Bij jonge kinderen zijn exploratie en spel de belangrijkste middelen om greep te krijgen op hun omgeving. Door exploratie ontdekt een kind nieuwe handelingsmogelijkheden die in spel worden geoefend, uitgebouwd gevarieerd en geperfectioneerd. Ook kan een kind ontdekken waar zijn interesses liggen en leren waar hij goed en minder goed in is. De gastouder stimuleert de ontwikkeling van het kind in al zijn facetten en zorgt voor een gevarieerd aanbod van spelmogelijkheden.

Het geven van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie

Hierbij gaat het om een scala aan sociale kennis en vaardigheden, bijvoorbeeld het zich in een ander te kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen, het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid. 

In het gastgezin doen kinderen vaak ervaring op in contacten met de andere gezinsleden. Dit biedt kansen voor het verwerven van sociale kennis en vaardigheden, mits de interactie tussen de kinderen door de gastouder goed begeleid wordt, daarbij ook weer rekening houdend met een aantal bovengenoemde aspecten (rekening houdend met stemming, karakter, emoties, eigenheid, ontwikkelingsfase van een kind).

De gastouder kan een actieve rol spelen in de interactie tussen kinderen: 

  • door kinderen op elkaar te attenderen 

  • door kinderen te vragen andere kinderen een handje te helpen 

  • door kinderen gezamenlijk verantwoordelijk te maken voor iets

  • door zich juist terughoudend op te stellen

    Het geven van een kans om zich waarden en normen, de ‘cultuur’ van een samenleving, eigen te maken

    Ieder mens heeft zijn eigen normen en waarden. Wat belangrijk gevonden wordt verschilt van mens tot mens. Normen en waarden spelen zeker bij de opvoeding van kinderen steeds een rol. Verbaal en non-verbaal laten mensen blijken wat ze vinden. Belangrijke normen en waarden van de ouders en het gastgezin moeten op elkaar zijn afgestemd. Bijvoorbeeld op het gebied van godsdienst, omgaan met vriendschappen en conflicten, taalgebruik, respect hebben voor elkaar en elkaars spullen. Hiervoor is uitgebreid aandacht tijdens de bemiddelings- en koppelingsprocedure.

    Sommige zaken gaan echter in het gastgezin anders dan thuis. Er gelden andere gewoontes en regels en de gastouders reageren anders dan de eigen ouders. Dit hoeft geen problemen op te leveren, integendeel. Wij vinden het belangrijk dat kinderen zien dat er verschillen zijn en hiermee leren omgaan. Dit kan een aanvulling en zelfs een verrijking betekenen. 

    Regels die voortvloeien uit het uitgangspunt respectvol met elkaar en met de omgeving om te gaan:

    • We doen elkaar geen pijn.

    • We geven elkaar rust en ruimte.

    • We brengen elkaar en onszelf niet in gevaar.

    • We zijn zuinig op de spullen om ons heen.

    Regels die bestaan uit gewoontes die de hygiëne en veiligheid bevorderen en waarborgen:
    We wassen onze handen na toiletbezoek en voor het eten.
    We brengen elkaar en onszelf niet in gevaar.

    Daarbij vindt ik het belangrijk dat:

    • niet de regel altijd voorop staat (“niet het beleg van het broodje eten”), maar dat er wordt gekeken naar het individuele kind 

    • we niet te gemakkelijk teruggrijpen naar regels (“geen speelgoed afpakken”, “samen delen”, “niet slaan of duwen”), maar eerst de situatie zorgvuldig beoordelen.

    • we gebruik maken van ‘ja regels’, waarbij we vertellen wat we van het kind verwachten.

    Daarnaast moet de gastouder zich natuurlijk bewust zijn van haar eigen houding en gedrag. Onze eigen houding en gedrag maken op een kind meer indruk dan alles wat wij zeggen. non verbaal

    De gastouder doet geen normerende uitspraken over zaken die betrekking hebben op leven en dood, religie, seksualiteit, rolverdeling man/vrouw, culturele achtergrond enz. Bij vragen en in gesprekken over bovenstaande onderwerpen, stimuleert de gastouder de kinderen vooral zelf te vertellen hoe ze erover denken en laat ze merken dat er verschillen zijn in meningen zonder daar een oordeel over te hebben. Daarmee toont zij respect voor gewoonten van kinderen en voor de verschillen in achtergrond.